Artikelen mbt de toekomst van de kerkelijke gebouwen

Inleiding

Wat kunt u hierna lezen over de toekomst van onze kerkelijke gebouwen?

  • Eerst artikel 10, gepubliceerd op 8 november.
  • Daarna treft u de volledige rapporten van werkgroep 1, 2 en 3 aan.
  • Belangrijk hierbij is de vergelijkingstabel waarin u kunt zien welke keuzes werkgroep 3 aanbeveelt, met een toelichting op de vergelijkingstabel.
  • Vervolgens kunt u het adviesrapport van Van Hoogevest lezen waarin dit bureau adviseert over de vraag of er in de Oude Kerk vernieuwingsgezinde diensten gehouden kunnen worden.
  • Tot slot volgen de eerder geplaatste artikelen uit de kerkbode van artikel 9 tot artikel 1.

Onze Gebouwen  (10)

De gemeenteavonden liggen achter ons, diverse brieven zijn binnengekomen. De eerste ronde van het kennen en horen van de gemeente heeft plaatsgevonden. De Algemene Kerkenraad heeft met grote belangstelling de inbreng vanuit de gemeente geëvalueerd en bediscussieerd. Tijd om u weer in te lichten. Twee zaken sprongen eruit: vragen over de toekomstbestendigheid van de Oude Kerk (OK) en de vraag over twee of drie kerkgebouwen.

Toekomstbestendigheid Oude Kerk

Vooral vanuit de jongere generatie kwam de vraag naar voren: zorgt de Oude Kerk niet voor een te zware financiële last om te kunnen blijven dragen? De oudere generatie voegde daaraan toe: komt de jongere generatie nog wel in de Oude Kerk als daar geen vernieuwingsgezinde diensten gehouden kunnen worden? Om de bespreking in de Algemene Kerkenraad (AK) overzichtelijk te houden had het moderamen een aantal stellingen geformuleerd waaromheen de onderlinge discussie kon plaatsvinden.

  • De eerste stelling luidde: “De Oude Kerk blijft één van de kerken van Hervormd Barneveld.” Iedereen schaarde zich achter deze uitspraak. Als er één kerkgebouw in Barneveld staat met een missionaire uitstraling en met missionaire mogelijkheden, dan is dat zonder enige twijfel de Oude Kerk. We zien dat nu al tijdens de Veluwse Marktdagen en op zaterdagen als de kerk open is. Werkgroep 1 gaf aan dat er beslist nog meer mogelijkheden zijn. Ook zien we de Oude Kerk als een bewijs van Gods trouw. Daar doe je niet zomaar afstand van.

De AK denkt dat niet iedereen een goed beeld heeft van de werkelijke lasten van de Oude Kerk en hoopt dat beeld in het komende jaar via de Kerkbode te verhelderen.

Het onderzoek van Van Hoogevest Architecten heeft duidelijk gemaakt dat het niet mogelijk is om diensten met een vernieuwde liturgie mèt een Bijbelklas erbij in de Oude Kerk te houden.

  • De volgende stelling werd algemeen onderschreven: “De Algemene Kerkenraad bezint zich het komende jaar op de vraag hoe de jongere generatie meer betrokken kan worden bij de diensten in de Oude Kerk.” Er wordt daarbij met name gedacht aan de middagdienst. Aan de stelling werd toegevoegd dat het belangrijk is de jongere generatie zelf bij deze vraag te betrekken.
  • Een derde stelling luidde: “De Oude Kerk heeft voldoende nevenruimten nodig in de directe nabijheid van de OK in het geval dat Rehoboth verkocht gaat worden. Ook hierover was unanimiteit.

Stel dat er een nieuw kerkgebouw gaat komen op de plaats van Rehoboth, zouden er dan ook diensten met een klassieke liturgie in dat kerkgebouw gehouden kunnen worden. Ja, dat zou kunnen en goed zijn voor de onderlinge betrokkenheid, maar het is nu nog veel te vroeg om ons daarover uit te spreken. We zullen eerst moeten zien welke optie(s) het College van Kerkrentmeesters (CvK) mogelijk acht.

Twee of drie kerkgebouwen?

Ik begin met een typerend citaat uit een brief: “Verder hoop ik echt op een voortbestaan en een grondige renovatie van de GHK. Als trouwe kerkganger merk ik weinig meer van overvolle diensten. Ik ben van mening dat de kerk zichtbaar moet zijn in de wijk. Ons niet verstoppen in megakerken, maar kleinschalig en zichtbaar, zodat mensen zien waar je heengaat en je ze laagdrempelig mee kan nemen en je een kerk ook voor maatschappelijke doelen kunt gebruiken. Gemeente-zijn in de breedste zin van het woord.”

Meerdere leden vroegen om een drie gebouwen optie toch nog eens goed te bekijken. Wijkkerkenraad 4 sloot zich daarbij aan. Verwezen werd daarbij naar de voorkeur van werkgroep 2. Regelmatig kwamen hierbij ook de thema’s van financiën, ontmoeting rond de kerkdiensten en gastpredikanten aan de orde. Van alle drie een citaat:

* “Wat mij opvalt, is dat nergens de financiële kant inzichtelijk wordt gemaakt.”

* “Met twee kerkgebouwen, en in beide kerken dubbele diensten in de morgen, blijft de ontmoeting rond de 9 uur dienst(en) niet mogelijk.”

* “Met twee kerkgebouwen en een teruggang naar zes diensten zullen er minder gastpredikanten nodig zijn, wat nadelig is voor de flanken.”

Ook hierover vond een brede gedachtewisseling plaats in de AK. Aan de ene kant was er veel begrip voor de zorgen en vragen vanuit de gemeente. Aan de andere kant werd erop gewezen dat in de vorige ronde door het CvK een drie gebouwen-optie (met nieuwbouw) als financieel onverantwoord werd beschouwd. Die mening werd door werkgroep 3 herhaald in haar rapport. Opgemerkt werd ook dat bij deze optie de vijfde predikantsplaats in gevaar kan komen.

Opdracht voor het CvK

We spraken ook over een concept-opdracht voor het College van Kerkrentmeesters. Die zal vastgesteld worden na bespreking in een vergadering van de Algemene Kerkenraad (donderdag 8 november) en een bespreking op de centrale ambtsdrager vergadering (22 november).  Daarna kan het College van Kerkrentmeesters aan de slag om te kijken wat haalbaar en betaalbaar is. We hopen u daarover in december te kunnen informeren.

Psalm 127 begint met de belijdenis “Als de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan.” In die afhankelijkheid hopen we verder te gaan.

Namens het moderamen van de AK: G.P.P. Hogendoorn

 

Toelichting vergelijkingstabel

Bijgaande vergelijkingstabel geeft een grafische weergave van de uitkomsten van werkgroep 3: de beoordeling van twaalf kerkgebouwenvarianten op zestien criteria. De varianten staan in de rijen van de tabel; en de criteria in de kolommen. Eén kerkgebouwenvariant betreft de huidige situatie, het zogenaamde 0-scenario. De overige elf varianten vertolken allen een wijziging ten opzichte van de huidige situatie.

De zestien criteria bevatten enerzijds criteria die zijn aangedragen vanuit werkgroep 2 en anderzijds criteria die werkgroep 3 heeft toegevoegd om de haalbaarheid of betaalbaarheid van kerkgebouwenvarianten nader te kunnen beoordelen. De volgende criteria sluiten bijvoorbeeld aan op de criteria die vanuit werkgroep 2 zijn aangereikt: spreiding van diensten over gebouwen, ruimte voor ontmoeting, Bijbelklas en oppas, muziek en begeleiding, spreiding en exploitatiekosten en investering (zie het criterium 'niet te veel geld in stenen steken'). Voor nadere informatie over de criteria, zie de in de tabel vermelde toelichting. 

Er zijn drie kleurschakeringen gebruikt om de beoordeling van de gebouwenvarianten grafisch weer te geven. De beoordelingen lopen van 'goed of goed te realiseren' (kleur groen) via ‘neutraal/acceptabel’ (wit) tot 'slecht en/of met veel inspanningen te realiseren' (rood). Zo scoort het 0-scenario rood op de criteria 'spreiding van diensten over kerkgebouwen', ‘ruimte voor ontmoeting’, ‘duurzaamheid’, ‘toekomstgericht’ ‘exploitatiekosten’ en ‘kosten’ en wit op criteria zoals ‘Bijbelklas en oppas’, ‘multimedia’ en ‘muziek en begeleiding’.

Per variant is ook een algehele conclusie getrokken. Zie het kopje 'overall conclusie'. Deze conclusie vertolkt het totaalbeeld vanuit alle criteria. Het 0-scenario is als slecht beoordeeld, weergegeven in een rode kleur. Dit geldt ook voor vijf andere varianten, namelijk 1A, 1B, 1 C, 2A en Alt II. Drie varianten hebben een 'witte' beoordeling gekregen, namelijk de varianten 1D, 1E en alt. I. Nog eens drie varianten hebben een 'groene' beoordeling gekregen, te weten de varianten 2B, 2C en 2D.

We beseffen dat de tabel ingewikkeld kan overkomen en wellicht de nodige vragen oproept. De tabel is vooral een poging om alle varianten zo objectief mogelijk te waarderen en in onderlinge samenhang te beoordelen. De tabel is niet perfect en kan dat ook niet zijn. Werkgroep 3 zal op de informatieavonden een nadere toelichting geven en alle vragen zo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Een aantal vragen zullen pas afdoende kunnen worden beantwoord in het vervolgonderzoek door het College van Kerkrentmeesters.

Vergelijkingstabel kerkgebouwen.pdf

Toelichting vergelijkingstabel.pdf

Rapport Werkgroep 1

Rapport Werkgroep 2

Rapport Werkgroep 3

Adviesrapport Van Hoogevest Architecten mbt aanpassingen Oude Kerk

 

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen?   (9)

In dit artikel gaan we in op de uitkomsten van werkgroep 3, de werkgroep die zich in de afgelopen maanden heeft gebogen over de volgende opdracht:

  • Beoordeel op basis van de stappen 1) en 2), de uitkomsten van werkgroepen 1 en 2 de geschiktheid van de opties voor kerk- en wijkgebouwen;      
  • Actualiseer op grond van de resultaten van werkgroepen 1 en 2, waarover we u in de voorafgaande acht artikelen informeerden, de opties die eerder door het College van Kerkrentmeesters zijn onderzocht. Kijk daarbij ook naar de spreiding van de kerkgebouwen over Barneveld en mogelijkheden om alsnog met drie kerkgebouwen verder te gaan.
  • Maak de kosten van het onderhoud inzichtelijk, zowel op de ultrakorte termijn als voor de komende jaren.

Samenstelling werkgroep 3

Uit elke wijk is door het moderamen van de Algemene Kerkenraad één lid in werkgroep 3 benoemd. De samenstelling was en is als volgt:

  • Léon Huijser, wijk 1
  • Wim van Driesten, wijk 2
  • Harm Laros, wijk 3
  • Jan Brink, wijk 4
  • Roald Luchtenberg, wijk 5

Werkwijze

Werkgroep 3 stond voor de taak om de uitkomsten van werkgroepen 1 en 2 te vertalen naar realistische opties die haalbaar en betaalbaar worden geacht. Een forse klus.

Evenals in de andere werkgroepen begon elke bijeenkomst van werkgroep 3 met gebed en Bijbelstudie omdat we ons voortdurend bewust zijn van de afhankelijkheid en zegen van onze Heere.

Werkgroep 3 is gedurende het proces telkens op de hoogte gebracht van de vorderingen in werkgroepen 1 en 2. Dit bevorderde de onderlinge afstemming en de samenhang tussen de werkgroepen. Het conceptrapport is toegelicht aan en besproken met het moderamen (dagelijks bestuur) van de Algemene Kerkenraad.

Het adviesrapport van werkgroep 3 is inmiddels gereed en aangeboden aan de wijkkerkenraden en de Algemene Kerkenraad. Een eerste reactie op het rapport is inmiddels verwerkt.

Gebruik Oude Kerk

Werkgroep 3 zag zich voor een belangrijke vraag gesteld: de bruikbaarheid van de Oude Kerk voor alle diensten en dus ook voor diensten met een brede liturgie en een Bijbelklas, vergelijkbaar met de huidige 11-uurdienst in de Goede Herderkerk. Deze vraag was mede aangereikt vanuit werkgroepen 1 en 2.

Om een duidelijk antwoord te kunnen geven is door werkgroep 3 in samenspraak met het College van Kerkrentmeesters extern advies ingewonnen. Daartoe is een beroep gedaan op Van Hoogevest Architecten. Dit bureau uit Amersfoort kent onze Oude Kerk goed omdat het meerdere malen betrokken was bij adviezen omtrent onderhoud en restauraties van onze monumentale kerk.

Van Hoogevest heeft onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot zowel aanpassingen binnen het kerkgebouw als aanbouw aan de buitenzijde van het gebouw.

In zijn adviesrapport raadt Van Hoogenvest het sterk af om inpandig en/of uitpandig extra ruimten te creëren. Uiteraard is in het advies meegewogen dat onze Oude Kerk als monument te boek staat.

Met dit adviesrapport is de vraag beantwoord of diensten met een brede liturgie en Bijbelklas in de Oude Kerk mogelijk zijn. Die mogelijkheid is er niet.

Resultaten werkgroep 3

De werkgroep heeft in totaal twaalf varianten beschreven in haar adviesrapport, resulterend in zeven opties die in enige mate haalbaar en betaalbaar zijn. Vanuit de Algemene Kerkraad is gevraagd dat aantal in te dikken tot een drietal bruikbare opties, omdat het gedetailleerd laten onderzoeken van meerdere opties voor het College van Kerkrentmeesters qua tijdsinspanning

een onmogelijk opgave zou worden. De verwachting is dat het uitwerken van één concrete optie al enkele maanden in beslag zal nemen. Denk daarbij onder andere aan de afstemming met externe partijen waaronder de burgerlijke overheid

Alle geformuleerde opties zijn schematisch uitgewerkt en samenvattend weergegeven in een vergelijkingstabel. Deze tabel en de toelichting in het adviesrapport laten zien aan welke varianten de werkgroep heeft gedacht. Ook zijn per variant de voor- en nadelen weergegeven.  De tabel met een korte toelichting is toegevoegd aan dit artikel.

In dit stadium kunnen nog geen bedragen worden genoemd. Wel zijn er globale inschattingen gemaakt.

Genoemde tabel en de verwoording in het adviesrapport vormen de basis voor de presentatie van de bevindingen tijdens de informatieavonden in september. Wilt u zich ter voorbereiding op de informatieavonden alvast diepgaander oriënteren, dan nodigen wij u uit kennis te nemen van de inhoud van de rapporten van de drie werkgroepen, die vanaf medio augustus op de website van de gemeente te vinden zullen zijn. Ook alle artikelen geschreven door br. P. Hogendoorn treft u daar aan, alsmede het advies van Van Hoogevest Architecten.

Gemeente kennen en horen

De kerkenraad neemt geen besluiten tot het wijzigen van de gang van zaken in de gemeente ten aanzien van het ingrijpend verbouwen, afbreken of verkopen van een kerkgebouw zonder daarover vooraf de leden van de gemeente gekend en gehoord te hebben. Zo staat het in onze kerkorde.

Dat betekent gemeente dat u nu aan zet bent: u wordt hartelijk uitgenodigd nader kennis te nemen van alle bevindingen en uw mening kenbaar te maken op één van de twee gemeenteavonden op respectievelijk donderdag 13 of maandag 17 september na een hopelijk fijne zomervakantie.

Na de informatieavonden, waarop door de Algemene Kerkenraad goed geluisterd zal worden naar uw inbreng, zal de Algemene Kerkenraad een opdracht formuleren voor het College van Kerkrentmeesters.

Hartelijke groet, mede namens de broeders van het moderamen van de Algemene Kerkenraad,

M. Morsink

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen?  (8)

In het vorige artikel vertelden we u over de reacties van de vijf wijkkerkenraden op de aanbevelingen van werkgroep 1 en 2. Hoe keken zij aan tegen die adviezen? We noemden toen dat er op twee punten vragen waren over zaken die we als werkgroep belangrijk vonden om alvast te noemen, maar die pas aan de orde komen als er een echte keuze voor de gebouwen gemaakt is. Daarover gaat het in dit artikel.

Meer aandacht voor de middendiensten

In het advies van werkgroep 2 staat als aanbeveling: “Meer aandacht voor de middendiensten.  Het profiel daarvoor moet duidelijker zijn en ook worden nagekomen. Voor deze werkgroep is verder  belangrijk dat daar ook een Bijbelklas komt, het liefst in de morgen.”

In de discussie in de werkgroep is benoemd dat het in 2017 regelmatig is voorgekomen dat er in deze dienst gastpredikanten waren voorgegaan die geen gezangen lieten zingen. Dan was deze dienst dus feitelijk een klassieke dienst.  Werkgroep 2 adviseert om deze reden om voor de middendiensten een aparte lijst met gastpredikanten op te stellen.

In het rapport van werkgroep 2 stond ook dat er “altijd” twee liederen moesten worden gezongen in een middendienst. Dat is niet zo. De afspraak is altijd geweest dat een (gast)predikant het recht heeft om af te wijken van dit profiel. Die vrijheid moet er blijven, maar meer als uitzondering dan als regel.

Een Bijbelklas voor de middendienst?

Toen we de 11 uur dienst in de Goede Herderkerk (GHK) invoerden, was het niet de bedoeling dat er twee vernieuwingsgezinde diensten zouden komen, ieder met een Bijbelklas. Toen de 11.00 uur dienst overvol raakte, kwam er een ‘noodoplossing’:  een gematigd vernieuwende dienst om 9.00 uur in de GHK, ook met een Bijbelklas. Die tussenvorm heeft maar heel kort stand gehouden. Beide diensten zijn voluit vernieuwingsgezinde diensten geworden.

De situatie is daardoor zo geworden dat ouders met kinderen die graag de jongsten willen ‘onderbrengen’ in een Bijbelklas, dat alleen kunnen binnen de ‘vernieuwende stroming’. Dat bevordert naar onze mening een tweedeling in de gemeente. Wij vonden het belangrijk hierop te wijzen. Toen dit zo groeide is, is daar niet echt over nagedacht.

Wat wij benadrukken is dat als er straks een oplossing is voor de gebouwen, we naar dit punt nog eens goed moeten kijken. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn: een middendienst om 9.00 uur met een Bijbelklas in het ene kerkgebouw en een vernieuwende dienst met een Bijbelklas om 11.00 uur in een ander kerkgebouw.

Een vernieuwende dienst in de middag of avond

In de eerste ronde om te komen tot een oplossing voor het gebouwenvraagstuk was nadrukkelijk opgenomen dat er een tweede dienst op zondag voor de vernieuwende stroming zou komen. Toen de werkgroepen kort bezig waren, kwam er een brief naar de Algemene Kerkenraad van een gemeentelid met het verzoek om een tweede dienst op zondag voor de vernieuwende stroming in de middag of de avond. Die brief werd naar ons ‘doorgeschoven’. Werkgroep 2 heeft deze vraag in haar adviezen meegenomen.

Wat enige verwarring heeft gegeven – en dat is begrijpelijk – is de toevoeging bij die tweede dienst: ‘nieuwe stijl’. Dat begrip is onvoldoende toegelicht. In het advies van werkgroep 2 staat: “de vernieuwende dienst (nieuwe stijl) in de middag / of avond kan ook een aangepaste dienst zijn of de Sing-Inn.”

We vroegen ons als werkgroep af of zo’n tweede dienst voor de vernieuwingsgezinden op zondag  een kans maakt? Daarover brainstormden we slechts kort. Op dit moment is het niet mogelijk zo’n dienst toe te voegen aan de acht diensten die we al hebben. Straks, bij de nieuwe verdeling, zou dit een punt van aandacht moeten zijn. Wij zeiden: we hebben al zo’n extra dienst op zondag voor deze stroming, namelijk de Sing-Inn. Een idee dat opkwam, is om thematische diensten te introduceren, gericht op vragen waar ouderen en jongeren vanuit onze huidige cultuur mee te maken hebben. Bijvoorbeeld: Hoe ga je als christen met je geld om?  Ben je alleen op zondag christen of ook door de week? Zien we uit naar de wederkomst? Wat zegt de Bijbel over hel en hemel?

Andere mogelijkheden die genoemd werden: een Bijbelboek (of deel ervan) in op een volgende zondagen behandelen of een dienst waarin zang en gebed een grotere plaats heeft dan in een gewone dienst. We konden ons voorstellen: eerste zondag van de maand: Sing-Inn, tweede zondag van de maand: thematische dienst, derde zondag: dienst met meer zang en gebed, vierde zondag: behandeling Bijbelboek. Het uitwerken van deze ideeën  behoorde niet direct tot onze opdracht. Daarom benoemden we het als toekomstig aandachtspunt. 

Als u dit artikel leest, heeft werkgroep 3 haar ideeën al voorgelegd aan het moderamen van de Algemene Kerkenraad en aan werkgroep 1 en 2. U zult daarover binnenkort meer horen. Met elkaar zullen we een keuze moeten gaan maken. Uit de serie artikelen is wel duidelijk geworden dat zo’n keuze niet gemakkelijk is. Wat weegt ons het zwaarst? Dominee Blom wees in zijn Pinksterpreek erop dat in Handelingen 2 eerst verteld wordt dat de gemeente eensgezind bijeen was. Daarna vindt de uitstorting van de Heilige Geest plaats. Die eensgezindheid hebben wij ook nodig. Dan mogen ook wij  zegen verwachten.

Ik sluit daarom af met het slot van de reactie van een van de wijkkerkenraden: “Heel wezenlijk is dat we elkaar wat gunnen en de ander uitnemender achten. Denken we aan het welzijn van de ander of aan het gelijk van onszelf? Wat zijn we dan afhankelijk van de Heilige Geest Die ons leidt.”

G.P.P. Hogendoorn  (namens werkgroep 1 en 2)

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen?   (7)

Na een korte onderbreking vervolgen we de serie artikelen over de toekomst van onze kerkelijke gebouwen. Wat is de stand van zaken? Werkgroep 3 is bezig te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van de door werkgroep 2 aangereikte opties voor verbouw / nieuwbouw. Een belangrijke onderzoeksvraag is: zijn er vernieuwingsgezinde diensten in de Oude Kerk mogelijk. Daarnaast is er vanuit het College van Kerkrentmeesters overleg met de gemeente over de vraag  waar  een eventuele nieuwe kerk zou kunnen komen en welke randvoorwaarden  de burgerlijke gemeente daarbij stelt? Daarna komen de financiële inschattingen: wat gaat een en ander kosten.

Werkgroep 3 hoopt op 29 mei haar advies voor te leggen aan de leden van werkgroep 1 en 2 en aan het moderamen van de AK. We gaan dan met elkaar in gesprek. Daarna zullen de Algemene Kerkenraad en de wijkkerkenraden geraadpleegd worden. U hoort zo snel als mogelijk is meer over de adviezen van werkgroep 3

Ondertussen hebben wel de vijf wijkkerkenraden gereageerd op de rapportages van werkgroep 1 en 2. In een gezamenlijke vergadering van beide werkgroepen hebben we ons gebogen over die reacties. Dit artikel (en een volgend) gaan daarover. Uit die reacties bleek een  grote betrokkenheid  en ook een actief meedenken. 

In de vergadering van de Algemene Kerkenraad (AK) van 25 april sprak het moderamen van de AK uit verheugd te zijn over de betoonde betrokkenheid  van de kerkenraden en de positieve toon van  de adviezen. Eén van de wijkkerkenraden (WK) schreef dat “vanuit werkgroep 1 een gedegen visie op het toekomstperspectief voor onze gemeente is aangereikt”. Ook was deze kerkenraad verheugd over de “genoemde aspecten ter versterking van het Hervormd Gereformeerde karakter” van onze gemeente.  Een andere  WK vroeg zelfs om onze “Hervormd-gereformeerde identiteit wat vollediger uit te werken en te beschrijven”. Dat was echter niet onze opdracht. Bovendien ligt er al een notitie van de Beleidscommissie daarover bij de Algemene Kerkenraad.

We kregen ook adviezen mee. Een WK schreef:  “We vinden het niet wenselijk om op korte termijn grote veranderingen en verschuivingen te laten plaatsvinden, omdat dit zou kunnen leiden tot een splitsing. Wat betreft gebouwen dienen we echter nu al wel rekening te houden met een eventuele modaliteitswijk in de toekomst.” En ook: “De middendiensten dienen meer geprofileerd te worden. Nu al merken we dat deze de neiging hebben een klassieke invulling van de liturgie te krijgen, o.a. door gastpredikanten die alleen psalmen laten zingen.” Geadviseerd wordt ook “om eerst een proefperiode met vernieuwende diensten in de Oude Kerk te houden”. Terwijl deze WK graag vast blijft houden aan diensten met drie verschillende liturgieën, vraagt een andere WK zich af: “bestaat onze gemeente in de toekomst nog uit dezelfde stromingen (of dezelfde liturgieën). Met elkaar moeten we hier beleid op maken. Willen we de stromingen in de toekomst hun (eigen) weg laten gaan (vraagkant) of maken we (als kerkenraden) beleid over wie we willen zijn (aanbodkant)?” Zelf voelde die wijk het meest voor het laatste. Werkgroep 1 en 2 zijn het daarmee eens.

Twee  wijken  benadrukten het belang (de roeping) om één gemeente te zijn en te blijven. Eén WK sprak daarbij zijn zorg uit over vernieuwingsgezinde diensten in de Oude Kerk. Moeten we dat wel willen, vroeg men zich af. Een andere WK sprak zijn zorg uit “over (eventuele) verdergaande aanpassingen van de erediensten”. Deze  WK  gaf ook het advies een externe adviseur bij het proces te betrekken. Daarover kunnen we zeggen, dat dit in een eerder stadium al is gebeurd en ook op een later moment over de vraag wat er in de Oude Kerk mogelijk is. Als werkgroep 3 met haar rapport klaar is, kan dit nogmaals verstandig zijn.

Een WK gaf als advies:  “Zorg voor een breed draagvlak voor de Oude Kerk, zowel voor de klassieke dienst bij de jongeren, als de eventuele vernieuwingsgezinde diensten in de Oude Kerk bij de ouderen. Denk hierbij ook aan de diverse faciliteiten die benodigd zijn voor de vernieuwingsgezinde diensten in de Oude Kerk.” Ook werd het advies meegegeven om het aan te durven ”knopen door te hakken op cruciale momenten”.

Uit het geheel van de reacties bleek dat in de kerkenraden dezelfde soort discussies en vragen aan de orde waren gekomen als in werkgroep 1 en 2. Een enkele kerkenraad sprak al een duidelijke voorkeur uit voor één van de opties die werkgroep 2 aanreikte. Dat was de optie een groot nieuw kerkgebouw op de plaats van Rehoboth of elders,  naast het handhaven van de Oude Kerk.

Meerdere WK’s hadden vragen of kritische opmerkingen over twee punten uit het rapport van werkgroep 2. De ene had te maken met de uitgesproken wens van een Bijbelklas voor de middendiensten. De andere ging over de invulling van een middag- of avonddienst voor de vernieuwende stroming. Beide punten waren in het rapport vrij summier uitgewerkt en meer als aandachtspunten benoemd voor een latere uitwerking na de keuze voor verbouw of nieuwbouw. In het volgende artikel hoop ik op beide punten in te gaan.

Aan het slot van onze reactie naar de wijkkerkenraden hebben we namens werkgroep 1 en 2 nog even de belangrijkste uitgangspunten uit de opdracht van de AK aan de werkgroepen samengevat. 

  • Eenheid blijven nastreven met respect voor verscheidenheid
  • Handhaven van vijf geografische wijken
  • Spreiding van de kerkgebouwen
  • De Oude Kerk behouden voor onze kerkelijke gemeente.

Kernpunten bij de opdracht waren:

  • Ga uit van de gedachte dat alle diensten in alle kerkgebouwen gehouden moeten kunnen worden.
  • Kijk daarbij ook naar de spreiding van kerkgebouwen over Barneveld. Welke mogelijkheden zijn er om alsnog drie kerkgebouwen te behouden die wat meer verspreid zijn over de gemeente Barneveld?
  • Kijk naar de mogelijkheid om een vernieuwingsgezinde dienst te houden in de Oude Kerk, benoem daarbij aandachtspunten, mede in het licht van de eenheid en het draagvlak.

In hun aanbevelingen hebben werkgroep 1 en 2 zich hieraan gehouden.

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen?  (6)

In de vorige artikelen bespraken we de opties met drie gebouwen waarin zondags diensten gehouden kunnen worden. Nu komen we bij de optie: twee kerkelijke gebouwen. We bekeken drie mogelijkheden. Twee daarvan zijn nieuw vergeleken met de plannen uit de eerste ronde.

Een nieuwe, grotere kerk (1000 tot 1100 zitplaatsen)

Deze optie sluit nauw aan bij de plannen uit de eerste ronde: bouw een nieuwe kerk en stoot twee verouderde gebouwen (Rehoboth en Goede Herderkerk) af. De beoogde locatie van toen aan de Schoutenstraat is natuurlijk niet meer mogelijk. Twee mogelijkheden bespraken we: een nieuwe kerk ergens in Barneveld (in de nieuwe wijk in Noord of ergens in Zuid?) of een nieuwe kerk op de plaats van Rehoboth.

Om met die laatste mogelijkheid te beginnen. Als we op de plaats van Rehoboth bouwen, kunnen zowel de nieuwe kerk als de Oude Kerk gezamenlijk de faciliteiten daar gebruiken. In de oude plannen, waarbij Rehoboth verkocht zou worden, bleven er geen faciliteiten voor de Oude Kerk over. Dat werd toen als een fors probleem ervaren. Erkend werd dat er een oplossing moest komen. Men zag ook wel mogelijkheden, maar concreet werd die mogelijkheid niet. Dat gaf aarzelingen bij velen toen er uiteindelijk beslist moest worden. Het terrein bij Rehoboth, met een kosterswoning die afgebroken zal worden, lijkt groot genoeg om dit plan te kunnen realiseren. Misschien kunnen zelfs delen van de bijgebouwen bij de kerkzaal van Rehoboth bewaard blijven.

De andere mogelijkheid is min of meer het plan dat de vorige ronde onvoldoende steun verwierf. Er waren toen meerdere locaties waar volgens de gemeente een nieuwe kerk gebouwd zou kunnen worden. Toen kreeg het terrein aan de Schoutenstraat de voorkeur. Welke gebieden heeft de gemeente nu ‘in de aanbieding’? Zou daar ook de nieuw te realiseren wijk in Noord voor in aanmerking kunnen komen? Zijn de toen genoemde locaties in Zuid nog beschikbaar? Bij deze optie blijven we bovendien zitten met hetzelfde probleem als in de eerste ronde: waar kunnen we in de nabijheid van de Oude Kerk ruimte vinden voor ontmoeting, kinderoppas, preekbespreking of koffiedrinken na de dienst? Een optie is natuurlijk om bij de verkoop van het hele terrein van Rehoboth bij de projectontwikkelaar een claim op tafel te leggen voor een voldoende aantal vierkante meters ‘eigen ruimte’. Voor alle duidelijkheid: bij presentatie van deze optie moet de problematiek van ontmoetingsruimte voor de Oude Kerk helder opgelost zijn.

Oude Kerk en Goede Herderkerk

Misschien niet de meest voor de hand liggende optie, misschien wel de goedkoopste en daarmee de meest toekomstbestendige optie. Natuurlijk zal de Goede Herderkerk dan een forse opknapbeurt moeten krijgen. Ook zullen er in de Oude Kerk twee morgendiensten, naast een middag- en een avonddienst gehouden moeten worden. Het aantrekkelijke van deze optie is dat het hele terrein van Rehoboth verkocht kan worden. Dat zal ongetwijfeld een mooi bedrag opleveren. Wel zal er een oplossing moeten komen voor een kerkelijk centrum met zalen voor ontmoeting, oppas enzovoort dicht bij de Oude Kerk.

Voorwaarde is ook dat de klassieke dienst van 9.30 in de OK vervroegd wordt naar 9.00 uur. Dan kan er om 11.00 uur een dienst met een vernieuwde liturgie gehouden worden. Als dit om welke reden dan ook niet mogelijk zou zijn, heeft deze optie weinig toekomstperspectief. We blijven dan immers zitten met de huidige problematiek rond twee diensten met een vernieuwde liturgie in de Goede Herderkerk.

Hoe verder?

Werkgroep 3 is al direct na de presentatie van de eindrapporten van werkgroep 1 en 2 aan de slag gegaan. Ze hadden daarvoor al de eindbespreking van elk rapport bijgewoond en aan de discussie daaromheen meegedaan. Dat maakte een snelle start van hun onderzoek mogelijk. Op het moment dat dit artikel geschreven wordt, zijn er nog geen resultaten van hun overleg bekend. Zij staan voor een flinke opgave, al is er door het werk van de bouwcommissie uit de eerste ronde natuurlijk wel veel voorwerk gedaan. Op basis van die eerdere berekeningen èn eigen inschattingen zal werkgroep 3 met haar visie op de aangereikte ideeën komen. Daarna zullen we als gemeente keuzes moeten maken. Op basis van die keuzes kunnen er dan gesprekken met de gemeente en met bouwers en eventuele kopers komen.

We verwachten dat in juni de hele gemeente breed geïnformeerd en geraadpleegd kan worden. We hopen dat dan helder is wat wel en wat niet kan. En dat er een echte keuze gemaakt kan worden. Een keuze die – menselijkerwijs gesproken – toekomstperspectief heeft.

Als werkgroepen zijn we ons er steeds van bewust geweest dat elke keuze gevolgen heeft voor gemeenteleden. Bepaalde keuzes zullen pijn doen. Je zult maar jaren naar Rehoboth ter kerke zijn gegaan en Rehoboth wordt afgebroken.  Zoals er ook gemeenteleden zijn (geweest) die zich min of meer ‘verjaagd’ hebben gevoeld toen er twee morgendiensten met een vernieuwde liturgie in de Goede Herderkerk kwamen en zij er te veel moeite mee hadden om die diensten bij te wonen. (Ik benoem maar eerlijk gevoelens die er waren en zijn.)

Als we kijken naar veel andere gemeenten waar kerken gesloten moeten worden omdat er een forse afname van kerkgangers is, dan zijn wij een bevoorrechte gemeente. Laten we dat beseffen. Wij hebben een ‘luxeprobleem’. Als werkgroepleden hebben we de hele gemeente op het oog gehad, mèt de verscheidenheid die we kennen. Ook vinden we dat de hele gemeente nauw betrokken moet worden bij de keuze die er gemaakt gaat worden. Een ruime meerderheid moet zich kunnen vinden in de uiteindelijke keuze.

Waar gaat het ons als leden van Hervormd Barneveld om? Ik schrijf dit artikel op de maandag na de voorbereidingsdiensten op de viering van het Heilig Avondmaal. Ds. Plug preekte over de voorbereiding die Christus trof om met Zijn discipelen Zijn ‘laatste avondmaal’ te vieren. Het thema van de preek was: “Jezus voorziet Zelf”. In de preek werd de berijming van psalm 23 van Martinus Nijhoff aangehaald, met name de laatste regel van het tweede couplet: “richt Gij mij toe het nachtmaal der genade”. Dat trof me. Daar gaat het toch om; dat we die genade mogen ontvangen. Ontvangen daar waar de gemeente samenkomt in de diensten van Woord en sacrament, in diensten van gebed en lofprijzing. Ik rond af met het citeren van het derde couplet:

Gij zalft mijn hoofd met d’olie van uw vrede,
Gij vult mijn kelk met gelukzaligheden.
Ja, zaligheid en liefde en welbehagen
zullen mij volgen al mijn levensdagen.
Ik zal het welkom horen van mijn Koning
en jaar aan jaar verblijven in zijn woning.

Als dat waar blijft, maakt het dan veel uit tot welke keuze we straks als gemeente komen?

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen?  (5)

“Actualiseer de 5 opties die eerder zijn onderzocht. Kijk daarbij ook naar de spreiding van de kerkgebouwen over Barneveld. Welke mogelijkheden zijn er om alsnog drie kerkgebouwen te behouden die wat meer verspreid zijn over de gemeente Barneveld? .. Bespreek daarnaast het punt van flexibiliteit, juist met het oog op de toekomst.”

Een citaat vanuit de opdracht van de Algemene Kerkenraad (AK) aan de werkgroepen.

Drie kerkgebouwen

Kijkend naar de uitgangspunten van werkgroep 1 en de opdracht van de AK zette werkgroep 2 op een rijtje welke mogelijkheden zij ziet. Dat zijn in feite twee opties met daarbinnen meerdere varianten. De hoofdvarianten zijn drie kerkgebouwen of twee kerkgebouwen. In het vorige artikel zijn we al begonnen met de huidige drie kerkgebouwen. Nu de overige varianten binnen de optie drie kerkgebouwen. Dat zijn er nog vier:

  • Oude Kerk, Goede Herderkerk en een vernieuwd Rehoboth;
  • Oude Kerk, Goede Herderkerk en een nieuwe kerk in Noord;
  • Oude Kerk, Rehoboth en een nieuwe kerk in Zuid;
  • Oude Kerk, een nieuwe kerk in Zuid en een nieuwe kerk in Noord.

Vernieuwd Rehoboth

Waar denken we aan? Met name aan vernieuwing van de kerkzaal. De oude kerkzaal is te klein om diensten met een vernieuwde liturgie te kunnen houden. Daardoor zijn we niet flexibel genoeg om de verschillende diensten over de kerkgebouwen te verdelen. Die vinden nu alleen in de Goede Herderkerk (GHK)plaats. Bovendien moet Rehoboth behoorlijk opgeknapt worden, mede omdat er in het dak asbest zit. Dat asbest moet (wettelijk verplicht) binnen enkele jaren verwijderd worden. Het huidige terrein rondom Rehoboth is groot genoeg om een grotere kerkzaal te realiseren met ongeveer 750 zitplaatsen. Het zalencomplex bij Rehoboth kan gehandhaafd blijven, zodat er voldoende ontmoetingsruimte in de buurt van de OK blijft bestaan. Vergeleken met de opties die hierna genoemd worden, is deze optie waarschijnlijk goedkoper.

Nieuwe kerk (ongeveer 750 plaatsen) in Noord of Zuid

Met het oog op de toekomst zijn twee zaken van belang, zowel mogelijke groei (met name van het aantal bezoekers van diensten met een vernieuwde liturgie), als ook afname van het aantal kerkgangers op de langere termijn. Om met dat laatste te beginnen: bij terugloop van het aantal kerkgangers is afstoten van een kleiner kerkgebouw  gemakkelijker dan van een groot kerkgebouw (dit bij de optie van de bouw van één grotere kerk naast de Oude Kerk). Daarom hebben we in onze discussies meer voorkeur uitgesproken voor drie kerkgebouwen dan voor twee kerkgebouwen. Wat groei betreft: de burgerlijke gemeente Barneveld groeit de komende jaren nog steeds fors. Dat kan een toename van het aantal kerkgangers betekenen. Meer nog is te verwachten dat de druk op de beide morgendiensten in de GHK toe zal nemen. Als er geen mogelijkheid is om één van deze diensten in de Oude Kerk te houden – en dat is een reële mogelijkheid - dan is de bouw van een niet te grote nieuwe kerk de beste optie. Behoud van de Goede Herderkerk en nieuwbouw in Noord ligt dan misschien wel het meest voor de hand. Vanaf 2020 gaat er een nieuwe wijk in Noord gerealiseerd worden. Wil de gemeente meewerken aan de bouw van een kerk daar? Dat weten we nog niet. Het nadeel van deze optie is dat Rehoboth verdwijnt en er dus een oplossing gevonden moet worden voor opvang- en ontmoetingsruimte bij de Oude Kerk. Ook de financiële kant van beide opties kan doorslaan naar de ene of de andere mogelijkheid.

Nieuwe kerk in Noord en Zuid (beide ongeveer 750 zitplaatsen)

Ook dat is een optie, al lijkt het de minst haalbare, omdat het de meest kostbare zal zijn. Voordeel vergeleken bij de bouw van een nieuwe kerk in Noord alleen, is dat de Goede Herderkerk die niet echt gebouwd is voor de diensten zoals die er nu ’s morgens worden gehouden, vervangen kan worden. Het is door de beperkte ruimte in de GHK voor de muziekgroep toch behelpen. Nadeel is ook dat er opvang- en ontmoetingsruimte bij de Oude Kerk nodig is: Rehoboth verdwijnt immers bij deze optie. En ook dat zal geld kosten. Er staat natuurlijk wel tegenover dat twee verouderde kerkgebouwen verkocht kunnen worden. Ook spreiding over heel Barneveld is bij deze optie het meest optimaal. Als de leden deze optie de beste zouden vinden, èn bereid zouden zijn extra financieel bij te dragen, dan is deze optie niet onmogelijk. Ter illustratie: de jonge gemeente in Amersfoort-Vathorst heeft een nieuw kerkgebouw kunnen realiseren nadat de leden zich bereid hadden verklaard extra bij te zullen dragen.

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijk gebouwen? (4)

Werkgroep 2 kreeg een brede opdracht mee van de Algemene Kerkenraad. Enerzijds: sluit aan bij de uitkomsten van werkgroep 1; anderzijds: kijk naar de plannen die er waren. Uitdrukkelijk kwamen daar nog drie zaken bij:

1. Schenk bijzondere aandacht aan de mogelijkheid van vernieuwingsgezinde diensten in de Oude Kerk;

2. Denk aan de betekenis van gastpredikanten voor de verschillende stromingen;

3. Betrek de vraag erbij wat de mogelijke gevolgen zijn van een eventuele teruggang van drie naar twee kerkgebouwen.

Wat vinden wij belangrijk?

Ik citeer (iets verkort) uit het rapport van Werkgroep 2:

  • Spreiding van soorten diensten over alle kerk gebouwen. Dat bevordert de eenheid van de gemeente.
  • Meer aandacht voor de liturgie van de middendienst. Belangrijk is dat er ook een Bijbelklas komt voor deze dienst, het liefst in de morgen.
  • Zoveel mogelijk aansluiten bij de verdeling van diensten en tijden zoals we die nu hebben.
  • Niet te veel geld in ‘stenen’ steken; prediking, pastoraat, catechese en jeugdwerk hebben voorrang.
  • Spreiding van kerkgebouwen over Barneveld-dorp.

Uitgaan van de huidige gebouwen

De eerste optie die we uitvoerig bespraken was uitgaan van de huidige kerkgebouwen met daarbij de mogelijkheid voor vernieuwingsgezinde diensten om 11.00 uur in de Oude Kerk (OK). Als we kijken naar wat wij belangrijk vinden, dan heeft deze optie aantrekkelijke kanten. Er hoeft geen nieuw (duur?) kerkgebouw te komen, al moeten wel de Goede Herder kerk (GHK) en Rehoboth stevig verbouwd / gerenoveerd worden. Groot voordeel is vooral dat de capaciteitsproblemen rond de twee vernieuwende diensten op zondagmorgen in de GHK opgelost zijn. Er is geen ruimtegebrek meer en geen parkeer- en verkeersproblematiek bij de wisseling van de diensten. Met het oog op de toekomst is een mogelijke groei van het aantal kerkgangers voor deze diensten goed op te vangen. Als we kijken naar de vijf hierboven genoemde punten, dan past deze optie vooral bij de eerste vier; en vergeleken bij het plan dat niet doorging is er ook nog sprake van enige spreiding.

Er zijn ook bedenkingen. Is deze optie mogelijk en wenselijk? Als er diensten met een vernieuwde liturgie in de OK gehouden gaan worden, dan is er bijvoorbeeld het probleem van de Bijbelklas. Het lijkt ons niet wenselijk / mogelijk dat kinderen voor het gaan naar de Bijbelklas het kerkgebouw moeten verlaten (los nog van de problematiek van jassen aantrekken).

In de Oude Kerk kan hooguit één klasje blijven dat dan in de consistorie Bijbelklas kan krijgen. Het aantal kinderen dat de Bijbelklas bezoekt is echter aanmerkelijk groter dan de 25 à 30 die in de consistorie passen. Is er verbouwing mogelijk om dit probleem op te lossen? Is er aanbouw aan de OK mogelijk? Is onderkeldering van het koor mogelijk? En ook nog: welke aanpassingen zijn er nodig voor de muziekgroep? Zijn die wenselijk? Tasten die misschien niet het karakter van de Oude Kerk te veel aan? Daar moet uitdrukkelijk rekening mee worden gehouden. Werkgroep 3 mag zich over deze problemen buigen.

Toen we nadachten over dit alles en in een klein groepje een concept maakten ter bespreking, was er een lid van werkgroep 2 verhinderd. Het betrof een bekende ‘herenboer’ uit wijk 1. Hij mailde ons zijn gedachten. Tijdens de Kerstnachtdienst was hij geweldig onder de indruk gekomen dat zo’n dienst mogelijk was in die aloude Oude Kerk. Wat mooi dat daar jong en oud, klassiek-gereformeerd en ‘modern-gereformeerd’ bijeen was. Die Oude Kerk in het centrum van Barneveld heeft missionaire mogelijkheden besefte hij. Wat zou het mooi zijn als ook de jongere generatie naar de toekomst toe diensten in de OK zou blijven bezoeken.

Toen Napoleon aan de vooravond van een veldslag in de buurt van de piramiden van Egypte stond, sprak hij zijn soldaten ter aanmoediging toe: “Soldaten, veertig eeuwen zien op jullie neer.” Zo oud is de Oude Kerk natuurlijk niet, maar zelf ben ik meer dan eens  tijdens het consistoriegebed in de OK onder de indruk van Gods trouw, van Zijn verbond. Hoe lang mogen generaties hervormden hier al Zijn Woord horen, gebeden opzenden naar omhoog, de sacramenten ontvangen, de lofzang gaande houden?

In de Barneveldse krant werd de suggestie gedaan om in de toren van de Oude Kerk tijdens de Barneveldse-markt-dagen een expositie rond Jan van Schaffelaar te organiseren om zo ons dorp ‘meer op de kaart te zetten’.   Zouden wij dan bijvoorbeeld geen expositie in de kerk kunnen houden met aansprekende schilderijen van christelijke kunstenaars?

 (De volgende keer hopen we te schrijven over andere besproken opties. Trek dus niet te snel conclusies uit wat nu geschreven is. De wijkkerkenraden geven nog advies. Werkgroep 3 komt met haar overwegingen. De gemeente krijgt ruim de mogelijkheid om haar mening te geven. Pas daarna komt een finale beslissing.)

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijk gebouwen? (3)

We vervolgen ons verslag van de discussies rond de opdracht van werkgroep 1 “Hoe willen we in de komende jaren gemeente zijn?” Na de stukjes over ‘Identiteit’ en ‘Eenheid in verscheidenheid’ nu de rest van onze visie op de toekomst.

Missionair en dienend

We zijn heel blij met de vele activiteiten die er in onze gemeente zijn op het gebied van missionair- en diaconaal bezig zijn. We zijn nog steeds een volkskerk met een brede rand van weinig of niet-meelevende leden. We pleiten voor een bezinning op de vraag: hoe vinden we wegen om hen meer met het Evangelie in aanraking te brengen. Het volkskerk zijn is ook een kans. “Door het benutten van onderlinge contacten, pastoraat en diaconaat willen we Gods trouw zichtbaar maken. Dit in het vertrouwen dat God, door Zijn Geest, mensen in het hart wil raken en hen wil behouden.” Bijzondere diensten rond rouw, trouw en doop “zijn uitgelezen momenten om hen die buiten staan te bereiken”. Te denken valt ook aan wat nu ‘kerkproeverij’ wordt genoemd. Mensen uit de omgeving worden persoonlijk uitgenodigd een bepaalde dienst mee te maken en daarna koffie te blijven drinken en kennis te maken.

Ontmoeting en onderlinge gemeenschap

Een citaat: “Hervormd Barneveld beseft dat onderling liefdebetoon een door Jezus gegeven opdracht is. Haar opdracht wil zij gestalte geven door leden te stimuleren met elkaar mee te leven, elkaar te steunen, te bemoedigen en zo nodig ook ik liefde terecht te wijzen. Kerkelijke gebouwen moeten daarom voldoende toegerust zijn voor ontmoeting, zowel op de zondag als doordeweeks.” Voor dit laatste zijn ook de wijkgebouwen essentieel. We denken dat daar soms nog meer gebruik van gemaakt zou kunnen worden, al kennen we al vormen als Soep-Inn en koffie-uurtje.

Juist in onze tijd van individualisme en ik-gerichtheid is aandacht voor ontmoeting en onderlinge gemeenschap van groot belang. Opnieuw een citaat: “Hervormd Barneveld is zich bewust van de niet logische structuur in wijkgrenzen en kerkgebouwen. Massaliteit werkt anonimiteit in de hand. Zij neemt dit zwakke punt serieus door te bouwen aan goed (wijk)voorzieningen waar leden elkaar ontmoeten en onderling dienstbetoon mogelijk is.”

Gemeente-zijn: inzet van gemeenteleden.

Voor ons gemeenteleven zijn we afhankelijk van veel vrijwilligers. We onderstrepen in ons advies het belang van begeleiding, opleiding en coaching. We onderstrepen ook het belang van een professionele jeugdwerker.

Vrijwilligerswerk staat onder druk. “Het vervullen van vacatures in kerkenraden, jeugdwerk en catechese wordt moeilijker. Gedacht kan worden aan een andere opzet van de structuur van onze gemeente. Minder grote kerkenraden en meer inzet van pastorale blokgroepen onder leiding van een ambtsdrager. In die pastorale blokgroepen kan de deelname van vrouwen gemakkelijker gerealiseerd worden. Het is onze overtuiging dat God alle leden roept om te dienen in Zijn gemeente met de gaven die Hij schenkt.”

Prognoses en toekomstperspectief

Harde prognoses geven is vrijwel onmogelijk. In veel gemeenten loopt het aantal leden en kerkgangers fors terug. Bij ons valt dit gelukkig mee. Bovendien groeit de burgerlijke gemeente de komende jaren nog stevig door. De andere kant is dat er in onze gemeente een duidelijke teruggang is bij jeugdwerk en catechese. Ook de kerkelijke betrokkenheid op de eigen gemeente is bij de jongere generatie minder sterk geworden. Toch zijn we niet somber gestemd. Het is onze roeping ons te blijven concentreren op de kernpunten van gemeente-zijn, zoals we die kunnen lezen in Handelingen 2: 42-46. En het gevolg? We lezen in vers 47: “En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.” Verlangt u daar ook naar?

Kolossenzen 3

Een proces als eenheid in verscheidenheid (en ook plannen voor verbouw of nieuwbouw) bergt het risico in zich dat er tegenstellingen openbaar komen of dat er zelfs polarisatie dreigt. Ik schrijf dit artikel op de maandag na een preek van ds. Plug in Rehoboth over Kolossenzen 3, waar het gaat over de oude en de nieuwe mens.  Die nieuwe mens wordt opgeroepen (vers 12) zich te bekleden “met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld”. En boven dit alles gaat het (vers 14) om de liefde, die de band van de volmaaktheid  is. (Ter illustratie had ds. Plug een broekriem meegebracht.)  Als we zo gezind zijn, kunnen we met een gerust hart de verdere bespreking en keuze in dit hele proces met vertrouwen tegemoet zien.

(Alle citaten in dit artikel komen uit het rapport van Werkgroep 1. Het volgende artikel hopen we te schrijven n.a.v. het advies van werkgroep 2)

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijk gebouwen? (2)

De vorige keer schreven  we over de start van de door de Algemene Kerkenraad  ingestelde werkgroepen. Nu doen we verslag van onze discussies  rond de opdracht van Werkgroep 1:  Hoe willen we in de komende jaren gemeente zijn?

Elke vergadering begonnen we met een Bijbelstudie; we wisten ons afhankelijk van Gods leiding. We baden om wijsheid en eenheid. Terugkijkend was dit heel belangrijk. We zijn als werkgroepleden naar elkaar toegegroeid, hoe verschillend ieder ook is en denkt. We hebben geleerd eigen ideeën  ondergeschikt te maken aan het belang van de hele gemeente. We baden om leiding van de Heilige Geest. We zijn er verwonderd over dat we steeds meer tot een gezamenlijke visie mochten komen.

Belangrijke bronnen voor de gesprekken waren het onderzoek “BIJEEN in verscheidenheid” van Marcelle van Schoonhoven en het projectverslag “Gezinnen, kerk en school” van Esther van Maanen. Daarover is eerder geschreven in de kerkbode.  Ook de reacties vanuit de wijkbijeenkomsten rond de eerste plannen voor kerkbouw/verbouw en de gemaakte sterkte-zwakte-analyse  leverden input op. Tot slot letten we op de lijn die door de Algemene Kerkenraad steeds uitgezet is: we willen één gemeente zijn op basis van Gods Woord en in overeenstemming met de gereformeerde belijdenis.

Advies werkgroep 1 en kerkelijke gebouwen

Diverse broeders leverden bijdragen. Zo groeide langzaam maar zeker een document met een zestal ‘kopjes’: identiteit; eenheid in verscheidenheid; missionair en dienend; ontmoeting en onderlinge gemeenschap; gemeente-zijn: inzet van gemeenteleden;  prognoses en toekomstperspectief.

De aanbevelingen van werkgroep 1 hebben geen directe relatie tot het gebouwen vraagstuk. Dat is logisch. Wij hebben vooral nagedacht over onze identiteit, hoe je gemeente bent en hoe dat doorwerkt in prediking en getuigenis naar buiten. Ons advies aan de Algemene Kerkenraad zal wel zijn om dit document, na accordering in de AK, op de website te plaatsen, zodat iedereen er kennis van kan nemen.

Identiteit

Het zal u niet verbazen dat bij het hoofdstuk identiteit als eerste kopje vermeld wordt: Gods Woord, bron en fundament. Een citaat: “Niet alleen in de prediking, maar in al het werk staat Christus centraal. Alleen vanuit Zijn verzoenend sterven is ons werk zinvol en heeft het een doel: mensen brengen bij Hem, de opgestane Levensvorst.” En met een verwijzing naar Kolossenzen 2:2:  “In Hem worden onze harten bemoedigd, samengevoegd in de liefde en mogen we komen tot heel de rijkdom van de volle zekerheid in Jezus Christus, onze Heere.”

Eenheid in verscheidenheid

We geloven dat het God is die ons als leden van de gemeente aan elkaar gegeven heeft. Vanuit de eenheid in geloof in Jezus Christus is en blijft er ruimte voor een zekere verscheidenheid in liturgische vormgeving. Als we elkaar respecteren en blijven ontmoeten in en naast de erediensten is dat een goede basis voor het één gemeente blijven. Het is onze overtuiging dat dit een Bijbelse opdracht is. Zie hiervoor bijvoorbeeld het hogepriesterlijk gebed in Johannes 17, met name de verzen 20 t/m 23.

Heel belangrijk vinden we het dat er aandacht is voor de onderlinge geloofsgesprekken. Bijvoorbeeld door preekbespreking na een kerkdienst, maar ook door ontmoetingen in de huisbijbelkringen in elke wijk. Ook vrouwenkringen, opvoedkringen en wijkavonden zijn hiervoor heel geschikt.

Gezien de gang van zaken bij de eerste poging om tot een oplossing voor het gebouwenvraagstuk te komen, staat er in onze aanbevelingen: “Hervormd Barneveld betrekt de hele gemeente vroegtijdig bij ingrijpende veranderingen zoals verbouw of nieuwbouw van kerkgebouwen. We peilen bij dit soort besluiten of er een ruim draagvlak is in de gemeente.”

Aansluitend bij onze opdracht zijn ook wij van mening dat het een pluspunt is als de drie soorten diensten over de kerkgebouwen verdeeld kunnen worden. De werkgroepen 2 en 3 kijken hoe dat mogelijk zou kunnen zijn.

Wordt vervolgd.

G.P.P. Hogendoorn

Hoe gaan we verder met onze kerkelijke gebouwen? (1)

Daar zit je dan met z’n tienen, de leden van de werkgroepen 1 en 2, benoemd door de Algemene Kerkenraad.  Waar begin je? Hoe denk je met een goed advies terug te kunnen gaan naar de AK en naar de gemeente?

Drie werkgroepen werden er door de Algemene Kerkenraad ingesteld, ieder met een eigen opdracht. Werkgroep 1: denk na over hoe wij als Hervormd Barneveld in de komende jaren  gemeente kunnen en willen zijn.

Werkgroep 2: kijk naar de huidige gebouwensituatie en naar de plannen die er lagen en ga na hoe we de verschillende diensten het beste zouden kunnen verdelen over de huidige en / of nieuwe gebouwen.

Werkgroep 3: sluit aan bij wat de  werkgroepen  1 en 2 naar voren hebben gebracht en ga daarbij uit van de gedachte dat alle soorten diensten in alle kerkgebouwen gehouden moeten kunnen worden. Beoordeel in dat licht het capaciteitsvraagstuk en de eventueel noodzakelijke investeringen.

Natuurlijk konden we niet ‘blanco’ beginnen. Eenheid en verscheidenheid  blijven belangrijke uitgangspunten. Ook diverse rapporten uit het recente verleden, zoals het huidige Centraal Beleidsplan en het onderzoeksrapport ‘BIJEEN in Verscheidenheid’ moeten in het geheel betrokken worden. Natuurlijk werden we ook op de hoogte gesteld van het onderzoeksrapport vanuit de AK  over het niet doorgaan van de eerste plannen.

De werkgroepen  1 en 2 vonden het vanaf het begin verstandig het denkproces samen te doen. Alle vergaderingen tot nu toe zijn in gezamenlijkheid gehouden. Bij het presenteren van het eerste concept van werkgroep 1 werden ook de leden van werkgroep 3 en het moderamen van de AK betrokken. Wij vinden het heel belangrijk dat ook zij op de hoogte zijn waarom wij bepaalde voorstellen doen en welke discussies wij daarover met elkaar hadden?

Als u dit verslag leest, is er ook een eerste concept van het verslag van werkgroep 2 met alle drie  werkgroepen besproken. We rekenen erop dat we hierdoor een breed gedragen voorstel aan de kerkenraden en aan de gemeente kunnen voorleggen.

Verschillen in aanpak

Vergelijken we de huidige opdracht van de Algemene Kerkenraad met de opdracht die eerder verleend werd aan CKRM, dan vallen een paar verschillen op:

1. Kort gezegd kwam die opdracht aan de kerkrentmeesters erop neer: we hebben een capaciteitsprobleem rond de liturgisch vernieuwde diensten in de Goede Herderkerk. Kom met mogelijke oplossingen die ook op langere termijn houdbaar zijn. De huidige opdracht is neergelegd bij werkgroepen die zijn samengesteld uit leden van de vijf wijken. Zo worden de wijken er vanaf het begin meer bij betrokken. De problematiek die speelt gaat elke wijk aan. De uiteindelijke ‘oplossing’ zal voor ieder gevolgen hebben. Belangrijk is dan dat je elkaar kunt vinden in die oplossing.

2.  De eerste opdracht was heel direct: pak de gebouwenproblematiek aan. Er ging geen nadrukkelijk denkproces aan vooraf: hoe willen en kunnen we kerk zijn in deze tijd en in de komende jaren? Wat hebben we dan nodig? Waar liggen kansen en bedreigingen? Die vragen gaan nu voorop. Pas daarna kijken we naar de gebouwen.

3.  Nadrukkelijk wordt in de nieuwe opdracht aangegeven dat ook de Oude Kerk in het geheel van de opdracht betrokken moet worden. Zouden daar eventueel ook diensten met een vernieuwde liturgie gehouden kunnen worden? Ook wordt nadrukkelijker dan in de eerste opdracht de spreiding van de kerkgebouwen over de gemeente als aandachtspunt meegegeven.

Brainstormen

Terug naar het begin. Daar zit je dan met z’n tienen. Hoe begin je? Ieder kreeg de ruimte om zijn gevoelens te delen met de anderen. Wat vonden we van de gang van zaken bij de vorige poging? Wat vinden we belangrijk om te komen tot een plan dat breed gedragen gaat worden? Als ik terugkijk naar de afgelopen maanden, dan moet ik zeggen dat we eerlijk en open naar elkaar toe zijn geweest. Soms werden er uitspraken gedaan of zelfs stellingen geponeerd die wat kort door de bocht waren. Dat scherpte het geheel echter wel op. Bijvoorbeeld: “Op dit moment is er geen capaciteitsprobleem meer. Alles kan dus blijven zoals het nu is.” Of: “Op dit moment is er te weinig aandacht voor de middendiensten. Die hebben totaal geen eigen profiel meer. En juist die middengroep is het cement van onze gemeente.”  En ook: “Het is een grote fout geweest dat er bij het vorige plan geen peiling onder de gemeenteleden gehouden is. De gemeente moet zich juist bij plannen over kerkgebouwen echt kunnen uitspreken. Misschien moet je op hen immers een beroep doen mochten er extra financiële middelen nodig zijn.”

Als een van de eerste dingen besloten we een sterkte-zwakte-analyse van onze gemeente te maken. Ieder schreef op wat hij mooi, goed, sterk, waardevol  aan onze gemeente vond en ook wat hij zwak of onvoldoende vond. Wat sterk is moet je zien te behouden, wat zwak is, moet je zien te verbeteren of te versterken.

Er werd veel genoemd om dankbaar voor te zijn. We zijn een grote gemeente die behoorlijk stabiel is op het gebied van het aantal kerkgangers. We zijn financieel gezond; de jaarlijkse bijdragen stijgen nog steeds. Het Woord van God mag in al haar rijkdom in acht diensten per zondag verkondigd worden. We respecteren elkaar en proberen elkaar vast te houden ondanks de verschillen die er zijn. Er is een goede band met de Hervormde scholen. Elke wijk heeft de beschikking over een wijkgebouw. Er worden heel veel activiteiten door de week gehouden. We hebben veel vrijwilligers.

Ook de zwakke(re) punten kwamen aan bod. De grootte van de gemeenten en de diensten in de verschillende gebouwen leiden ertoe dat de onderlinge band en de betrokkenheid op elkaar niet altijd even sterk is. Nieuwkomers voelen zich verloren in de massaliteit. Het missionair besef is niet altijd voldoende aanwezig. Het kost moeite om de jongeren bij de kerk te houden; het aantal catechisanten zou veel hoger kunnen (moeten) liggen. De voorzieningen in de Oude Kerk zijn onvoldoende, bijvoorbeeld voor wat betreft de toiletten en voor ontmoeting na de dienst.

Vanuit deze sterkte-zwakte-analyse hebben enkele broeders een eerst aanzet gegeven voor de beschrijving van het toekomstperspectief van onze gemeente: hoe willen we als Hervormd Barneveld gemeente zijn? Waar willen we nadruk opleggen? Waar moet meer aandacht aan geschonken worden? Hebben we daar concrete voorstellen voor? Vanuit deze voorstellen kunnen we concreet gaan nadenken over de verdeling van diensten  over de huidige en/of nieuwe kerkgebouwen. Daarover in een volgend artikel meer.

Namens de werkgroepen 1 en 2,

G.P.P. Hogendoorn

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9