Venstertjes naar Jeruzalem

Tussen de Feesten (18-05-2018)

De zondag na het verschijnen van deze kerkbode mogen we het feest van de uitstorting van de Heilige Geest vieren. Uit Hand. 1 blijkt dat de Heilige Geest uitgestort werd tijdens het Joodse Wekenfeest of Shavuot, het laatste van de vier door God ingestelde voorjaarsfeesten. De andere drie, eraan voorafgaand, zijn Pascha, het Feest der Ongezuurde Broden en het Feest der Eerstelingen. Na een periode van zo’n vier maanden, in Israël de droge zomerperiode, volgen dan de drie najaarsfeesten: Het Feest der Bazuinen, Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest. De opdracht tot het houden van deze zeven feesten is terug te vinden in Lev. 23.
Van de vier voorjaarsfeesten kan met recht gezegd worden dat die vervuld zijn in de 1e komst van Jezus de Messias. Maar, hoe zit dat met de drie najaarsfeesten? Hiervan kan toch nog niet gezegd worden dat ze al vervuld zijn. Wanneer zullen die dan vervuld worden? In de 2e komst van de Messias? Opvallend is dat er, evenals tussen de 1e en de 2e komst van de Messias, tussen de voor- en najaarsfeesten een relatief lange periode zit. Vanuit het Joodse volk gezien de ‘droge’ periode van de verstrooiing. Bij een vergelijk van de drie najaarsfeesten met b.v. het door en door Joodse boek Openbaring, blijken de overeenkomsten opvallend: Bazuinen die klinken (Feest der Bazuinen), oordeel/verzoening (de ontzagwekkende dagen en Grote vezoendag) en het Loofhuttenfeest (God die onder ons komt ‘tabernakelen’).
Niet alleen v.w.b. de Joodse feesten en het kerkelijk jaar bevinden we ons na Pinksteren tussen de voor- en najaarsfeesten, ook in Gods heilsgeschiedenis bevinden we ons er tussenin. En met de terugkeer van het Joodse volk vanuit de verstrooiing naar het door God beloofde land lijken we ons aan het einde van die ‘droge’ periode te bevinden en staan we op de drempel van de drie najaarsfeesten. Zien we uit naar die najaarsfeesten? En dan met name om, samen met Israël, het laatste grote najaarsfeest, het Loofhuttenfeest, te vieren zoals Zacharia dat profeteert? “Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren (Zach. 14:16).
 

Hebreeuws (1) (09-02-2018)

Uit de vorige column kwam naar voren dat Joden in het algemeen taalgevoelig zijn. Dit heeft deels te maken met hun geschiedenis. Tamarah Benima, oud hoofdredactrice van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, schreef ooit: “De geschiedenis van de Joden heeft ze heel alert en taalgevoelig gemaakt. Uit de manier waarop iemand iets zegt kun je concluderen wat iemand werkelijk denkt. Is het een vriend of een vijand? Hoe staat diegene tegenover het jodendom?” Hieronder drie voorbeelden waaruit die taalgevoeligheid blijkt:
1. Daar waar wij veelal spreken over het ‘offer van Izaäk’, hebben Joden het over de ‘binding van Izaäk’. Hij werd immers niet geofferd, maar ‘slechts’ op het altaar gebonden.
2. De Klaagmuur wordt door Joden ’Westelijke muur’ of ‘Kotel’ genoemd. De naam Klaagmuur is ontleend aan het wenen/klagen bij de Kotel, dat de Joden ‘gegund’ werd op Tisha Be’av, de rouwdag om de verwoesting van zowel de 1e als de 2e tempel. Klaagmuur heeft voor hen een negatievere lading. Wanneer je nu in Jeruzalem vraagt naar de Klaagmuur, sturen ze je naar het belastingkantoor…
3. Messiasbelijdende Joden spreken liever van Eerste en Tweede dan van Oude en Nieuwe Testament. Oud/nieuw roept meer de idee op van iets dat afgedaan heeft en door iets nieuws vervangen is. Eerste/tweede komt veel meer over als een tweëeenheid. 
Een andere oorzaak voor Joodse taalgevoeligheid is het ‘open’ karakter van het Hebreeuws, een taal die in geschrift geen klinkers kent. Woorden die er hetzelfde uit lijken te zien en ook wel verwantschap met elkaar kunnen hebben, kunnen door de invulling van andere klinkertekens toch totaal verschillen in betekenis. Nauwkeurig lezen en de juiste klinkertekens invullen binnen een context luistert daarom erg nauw. De andere kant is, dat dit ook ruimte kan bieden voor verschillende interpretaties. Vanuit deze achtergrond is het niet moeilijk meer om te begrijpen dat bij het vertalen vanuit het (Bijbels) Hebreeuws naar bijv. het Nederlands, dit problemen op kan leveren, of dat de kern van de tekst of de rijkdom van de taal niet voor 100% kan doorklinken. Iets om altijd rekening mee te houden bij het lezen van een vertaling van het Eerste/Oude Testament. Vertalen lijkt wat dat betreft net op het overgieten van wijn van het ene in het andere vat: Er gaat altijd een deel van de aroma verloren.
 

Holocaust Memorial Day 2018 (26-01-2018)

De reden dat 27 januari door de VN is gekozen als datum voor de Internationale Holocaust Herdenkingsdag heeft te maken met het feit dat op die datum in 1945 het Russische leger de overlevenden van het vernietigingskamp Auschwitz bevrijdde. 
Het woord ‘holocaust’, afgeleid van het Griekse ‘holokauston’ betekent letterlijk ‘geheel verbrand’.  ‘Holos’ is ‘geheel’ en ‘kaustos’ komt van het werkwoord ‘kaiein’ dat verbranden betekent. In het N.T. komt dit woord 3x voor, als er sprake is van een ‘brandoffer’ (Mk. 12:33 en Hebr. 10:6,8). En hoewel de uitdrukking ‘holocaust’ inmiddels een wereldwijd bekend begrip is, spreekt het Joodse volk zelf liever van ‘shoah’ dat letterlijk ‘catastrofe’ betekent. Al sinds de middeleeuwen heeft het woord ‘shoah’ betrekking op de (voortdurende) pogingen het Joodse volk te vernietigen, met als ultieme poging de ‘Endlösung’, de ‘eindoplossing’ door de nazi’s. Deze ultieme poging wordt daarom vaak ‘HaShoah’, ‘dé catastrofe’ genoemd.
Alleen al deze korte woordstudie geeft aan hoe het Joodse volk tot op de dag van vandaag, tot in de 2e en 3e generatie toe, deze inktzwarte nacht van de shoah nog steeds intens ervaart. En tóch, hoe is het mogelijk, tóch blijft het Joodse volk een volk van hoop. Wie ooit in Jeruzalem in het Holocaust Herinneringscentrum Yad Vashem is geweest, heeft daar ongetwijfeld ook het Holocaust Historisch Museum bezocht. Dit museum is een lange driehoekige tunnel, dwars door de rotsen. Aan het einde van die tunnel, met het zicht op de bergen van Juda, stroomt tóch weer het licht naar binnen. Maar er is meer. Er is ook de hoop van de beloften die in de profeten te vinden zijn. Wie Yad Vashem verlaat, komt onder een poort door met daarop een tekst uit Ez. 37: “Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten…” (vs 15). Ez. 37 is het bekende hoofdstuk dat begint met het visioen van de vallei met beenderen. Voor wie de afschuwelijke beelden kent van de beenderen van de mensen die zijn omgebracht in de vernietigingskampen (en wie kent die beelden eigenlijk niet) is het niet moeilijk het verband te zien. Wat er echter volgt op vs 15 is weliswaar minder bekend, maar nog veel hoopgevender. Van dát teken van hoop, het begin van het ontluiken van onze verlossing, zoals de rabbijnen het voorzichtig uitdrukken, mag onze huidige generatie getuige zijn. En dat A.D. 2018 zichtbare teken van Gods trouw mag niet alleen Israël hoop geven, maar ook ons, die uit genade Israëls God en zijn Messias mogen dienen en liefhebben.
 

Israël en de Balfour-declaratie (01-12-2017)

Niet alleen juni maar ook november 2017 is voor Israël een maand van herinneren. 100 jaar geleden, op 2 nov. 1917, schreef Arthur James Balfour, de Britse minister van buitenlandse zaken, zijn beroemde brief, de z.g. Balfour-declaratie, aan Lord Rothschild, leider van de Joodse gemeenschap in Groot Brittannië. In deze verklaring werd de ondersteuning voor de vestiging van een Joods nationaal tehuis in het mandaatgebied Palestina toegezegd. De letterlijke tekst van de brief luidt:
“Harer Majesteits regering staat welwillend tegenover de vestiging van een nationaal huis voor het Joodse volk in Palestina, en zal naar beste vermogen het bereiken van dit doel ondersteunen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden gedaan dat de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina kan schaden, of de rechten en politieke status die Joden genieten in enig ander land”.
70 jaar geleden, op 29 nov. 1947, werd in de Algemene Vergadering van de VN resolutie 181, het verdelingsplan voor Palestina, met 33 stemmen voor, 13 tegen en 10 onthoudingen aangenomen.
Tussen nov. 1917 en nov. 1947 is echter wel wat gebeurd. In de twintiger jaren werd 77% van het gebied waarvoor de Balfour-declaratie gold, aan de Arabieren gegeven. Dat werd toen Trans-Jordanië, het huidige Jordanië. 
Wat dus in nov. 1947 verdeeld werd was slechts de resterende 23% . Daarvan werd 56% toegewezen om er een Joodse staat te vestigen, 43% ervan zou voor een (2e) Arabische staat zijn. Jeruzalem zou een internationale status krijgen. Uiteindelijk bleef er zo van de oorspronkelijke 120.000 km2 slechts 13% ofwel 15.600 km2 over voor een op te richten Joodse staat. Een voor de Joden zeer onrechtvaardige verdeling die overigens, zij het schoorvoetend, wel door hen werd geaccepteerd. De Arabieren verwierpen het verdelingsplan unaniem.
Amper 2½ jaar na de Shoah en zo’n 2000 jaar na de ballingschap was er weer zicht op een Joodse staat. Een waar Godswonder. Zien we hier gebeuren wat we kunnen lezen in Hos. 5:2? “Na twee dagen (een dag mag in deze context, zie ook 2 Pet. 3:8, gezien worden als zo’n duizend jaar) zal Hij ons (Israël) levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan en zullen wij voor Zijn aangezicht leven.” Of, zoals de Joden zeggen “Het begin van het ontluiken van onze verlossing.” God kómt zijn beloften na. Een hoopvol perspectief voor zowel Israël als de volkeren.
 

Loofhuttenfeest en de Loelav (03-11-2017)

Van 5-11 oktober j.l. is in het Jodendom het Loofhuttenfeest weer gevierd. Bij het vieren van dit feest hoort de Loelav. De Loelav is een bundel bestaande uit vier vruchten/gewassen: Een lange palmtak (Hebr. Loelav) waarnaar de gehele Loelav is genoemd; drie mirtetakken (hadassiem), twee beekwilgtakjes (aravot) en een grote geurige citrusvrucht (etrog).
Het voorschrift voor het maken van de Loelav is terug te vinden in Lev. 23:40: “Op de eerste dag moet u voor uzelf vruchten van sierlijke bomen, takken van palmbomen, takken van loofbomen en van beekwilgen nemen, en u moet zich zeven dagen lang voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verblijden.”
Bij het kopen van de producten om de Loelav samen te stellen wordt heel nauwkeurig naar de goede kwaliteit ervan gekeken. Alles, maar de etrog wel in het bijzonder, moet zo mooi en gaaf mogelijk zijn. Tijdens het lezen van bepaalde gedeelten uit de Psalmen 113-118 (het Hallel) wordt de Loelav naar de vier windrichtingen; naar boven en naar beneden gezwaaid (sjokkelen). Bij de rondgang om het spreekgestoelte, de bima, wordt de Loelav rechtop gehouden en zingt men ‘Hosjia Na’, bij ons bekend als ‘hosianna / hosanna’, dat ‘help toch’ betekent.
De vier producten van de Loelav staan symbool voor het Joodse volk:
De etrog heeft zowel smaak als geur en staat symbool voor hen die de Thora bestuderen (smaak) én die in praktijk brengen (geur).
De palmtak heeft wel smaak maar geen geur en staat symbool voor hen die wel de Thora bestuderen maar die niet in praktijk brengen.
De mirtetakken hebben wel geur maar geen smaak en staan symbool voor hen die wel goede daden doen maar zonder kennis van de Thora.
De beekwilgtakjes tenslotte, hebben noch smaak noch geur en staan symbool voor hen die geen goede daden doen en ook geen kennis hebben van de Thora.
Bij elkaar gebonden vullen ze elkaar aan. De ene vult als het ware aan wat de ander mist en zo bereikt het Joodse volk toch haar doel, het bestuderen van de Thora en die toepassen.
Symboliek waar ook wij wat van kunnen leren. Niet iedereen in de gemeente kan en doet hetzelfde. Wat bij de één ontbreekt kan zomaar door een ander weer aangevuld worden met als uiteindelijke doel om zo met elkaar gemeente te zijn tot eer van de God van Israël die ook onze God wil zijn.
 

Opgemerkt (1) (30-06-2017)

Waarschijnlijk (her)kent iedereen het wel die op internet op zoek is naar informatie over een bepaald onderwerp. Je kunt dan zomaar een opmerking of een vraag tegenkomen die ‘blijft hangen’. Onderstaande vraag zou er zomaar zo één kunnen zijn:
“Als Israëls verkiezing en roeping deel uitmaken van het DNA van de Schrift, waarom lijkt het christelijk verhaal over de Messias, Israël en de volken dan zo vaak een andere genetische structuur te hebben?”
Bron: www.messiasleren.nl. Een website overigens die de moeite van een bezoekje waard is.
 

Jeruzalem 1967-2017 (02-06-2017)

Komende woensdag, 7 juni, is het precies 50 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Jordaanse bezetting van het oostelijke deel van Jeruzalem. Wie van de ouderen herinnert zich niet de ontroerende beelden van huilende soldaten bij de Kotel (Klaag- of Westelijke muur) en van opperrabbijn Shlomo Goren die er, met een kleine Thora-rol in zijn armen, de shofar blaast? Gedurende de Zesdaagse Oorlog, begin juni 1967, bevrijdde Israël het oostelijke deel van Jeruzalem. Sinds die tijd is er weer sprake van een herenigd Jeruzalem en hebben Joden weer toegang tot de Kotel. Iets dat vanaf de bezetting door Jordanië in 1948 niet meer mogelijk was in het 'Judenrein' gemaakte oostelijke deel van Jeruzalem.
Wat amper in het nieuws is geweest en daarom bij velen ook niet bekend, is het bestaan van het z.g. ‘Jeruzalem-verbond’, opgesteld in 1992 ter gelegenheid van het 25-jaar herenigd zijn van Jeruzalem. Hierin wordt, onder aanhaling van Ps. 137:5, “Als ik u vergeet, Jeruzalem,
laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten”, verklaard dat Jeruzalem de eeuwige Bijbelse en politieke ondeelbare hoofdstad van Israël is.
Steeds weer en steeds meer blijkt Jeruzalem, wellicht de meest omstreden stad van de wereld, een “steen die moeilijk te tillen is voor al de volken” (Zach. 12:3). Recent nog heeft de UNESCO twee resoluties opgesteld, en waarvan één inmiddels aangenomen, waarbij de historische banden van het Joodse volk met Jeruzalem ontkend worden. Op 9 mei j.l. heeft Erdogan nog gezegd de ‘verjoodsing’ van Jeruzalem te willen stoppen. De wereldwijde onverdraagzaamheid m.b.t. Jeruzalem neemt alsnaar toe. Een onverdraagzaamheid die in feite opstand is tegen de God van Israël, Die ons in Zijn Woord belooft dat “uit Sion de wet zal uitgaan” (Jes. 2:3, Micha 4:2), dat Jeruzalem gesteld zal worden tot een lof op aarde (Jes. 62:7) en dat eens de Messias, Jezus, in Jeruzalem, weer zal zitten op de troon van David (vgl. Jes. 9:6 met Luk. 1:32). Daar mogen we, als gelovigen in de Messias, verlangend naar uitzien!
 

Vader, in Uw handen beveel ik Mijn geest (07-04-2017)

Hoe door en door Joods Jezus’ leven was blijkt ook uit Zijn laatste kruiswoord “Vader, in Uw handen beveel ik Mijn geest.” Het is niet alleen een citaat uit Ps. 31:6 maar ook het Joodse avondgebed. De woorden van dit avondgebed behoren tot de eerste woorden die een gelovige Joodse moeder haar kind leert. Net zoiets als bij ons het “Ik ga slapen ik ben moe”. Daarmee wordt dit een kruiswoord met een hele emotionele lading. Stel je maar eens voor: Als moeder ben je getuige van de vreselijke marteldood die je nog relatief jonge zoon sterft. En als laatste woorden hoor je dan, als een daverende echo, de woorden die jij, als moeder, je kind als eerste hebt geleerd. Als we dat goed tot ons laten doordringen beseffen we hoe, bij het horen van juist dit kruiswoord, een zwaard door Maria’s ziel moet zijn gegaan. Huiveringwekkend en indrukwekkend tegelijk.

Er is nog iets met dat kruiswoord. Er spreekt vertrouwen uit naar de Vader. Ps. 31:6 gaat namelijk verder: “U hebt mij verlost, HEERE, getrouwe God!” Wat een intense Vader-Kind en moeder-Kind relatie wordt ons hier geschilderd!
 

Betekenis van een logo (24-03-2017)

In de tijd waarin wij leven spreken beelden vaak meer aan dan woorden. Vandaar dat veel organisaties een beeldmerk of logo hebben. Ook onze gemeente heeft zijn eigen logo in de vorm van een grafische weergave van onze Oude Kerk. Een logo geeft iets aan waarmee men geassocieerd wil zijn. Het woord “logo” is afgeleid van het Griekse woord “λογος”, dat kan worden vertaald als “woord”. Met een logo ben je in staat om in één oogopslag duidelijk te maken waar je voor staat. Als werkgroep hebben we hier ook lang over nagedacht.

Zoals u ook op de website van onze gemeente kunt lezen stelt deze werkgroep zich ten doel de gemeente bewust te maken van de onopgeefbare verbondenheid met Israël, als zijnde het door God uitverkoren volk in het verleden, het heden en in de toekomst. En dit is dan ook tot uiting gebracht in het logo van de werkgroep.

Wij hebben ons vooral laten leiden door de apostel Paulus en zijn brief aan de Romeinen.

In de Romeinenbrief hoofdstuk 11 geeft de apostel Paulus heel helder weer wat de positie is van de Jood en de Griek en hoe we ons dienen te gedragen jegens elkaar. Hij vergelijkt Israël hier met een olijfboom waar de Griek (en daarmee de gelovigen uit de heidenen) als wilde tak zijn ingeënt. In Romeinen 11 de verzen 17 en 18 staat het er zo: “Zo nu enige van de takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in hun plaats zijt ingeënt, en de wortel en het sap van de olijfboom mee deelachtig zijt geworden, Zo beroem u niet tegen de takken; en indien gij u tegen deze beroemt, zo weet, dat gij niet de wortel draagt, maar de wortel u.”

Wat Paulus hiermee niet bedoeld is dat wij (de gelovigen uit de heidenen) in plaats van Israël zijn gekomen, maar dat wij als gelovigen mogen groeien door de sappen die wij ontvangen via de wortels van de stam van Israël.

In ons logo hebben we dit Bijbels uitgangspunt grafisch willen weergeven in een logo, waarbij te zien is dat wij als gemeente gedragen wordt door de wortels van de olijfboom.

En daarmee onlosmakelijk verbonden zijn met Gods verbondsvolk Israël.
 

De lijdende Knecht (10-03-2017)

In de lijdenstijd is het een goede gewoonte om te preken over de Messias als "lijdende Knecht". De lijdende Knecht die bij Zijn wederkomst de triomferende Koning zal blijken te zijn. Niet alleen het christendom kent een Messias met twee gestalten, ook Jodendom kent die: De "Messias ben Jozef", Messias zoon van Jozef (!), als lijdende Messias én de "Messias ben David", Messias zoon van David, als triomferende Messias.

Een groot verschil is wel dat binnen het Jodendom beide gestalten toegekend worden aan twee verschillende personen en binnen het christendom aan één persoon, Jezus van Nazareth.

De Messiabelijdende Jood David Stern citeert in zijn Jewish New Testament Commentary bij het commentaar op Openb. 1:7 een andere Messiasbelijdende Jood, Yechiel Lichtenstein (19e eeuw): "Natuurlijk is Messias ben Jozef dezelfde als Jeshoea ben Joseef (Jezus Zoon van Jozef) uit Nazareth."

In Openb. 1:7 lezen we dat "alle stammen van de aarde (of het land) rouw over Hem zullen bedrijven." Deze gebeurtenis wordt, uitgebreider, ook beschreven in Zach. 12:10-14.

Als dát moment aanbreekt zou het best wel eens kunnen zijn dat zowel Jood als christen met verbazing zullen ontdekken dat de Messias Joodser is dan tot dan gedacht.
 

Holocaust Memorial Day 2017 (24-02-2017)

Op een eind januari gehouden Holocaust Memorial bijeenkomst in Nijkerk was één van de sprekers de bevlogen kunstenares Jip van Wijngaarden.

In een indrukwekkend betoog hield zij, door het stellen van een aantal zeer indringende vragen, de aanwezigen een spiegel voor. Een spiegel met een grote barst. Veelzeggend waren de, zeg maar gerust profetische, woorden die zij aanhaalde uit Spreuken 24:11-12:

"11. Red hen die opgepakt zijn om te sterven, wee als u zich afzijdig houdt van wie wankelend ter slachting gaat. 12.Wanneer u zegt: Zie, wij hebben dat niet geweten, zal Hij Die de harten toetst, dat niet merken? Hij Die uw ziel gadeslaat, zal Híj het niet weten? Immers, Hij zal een mens vergelden naar zijn werk."

Oude woorden die ons bepalen bij een zeer duistere periode uit de moderne geschiedenis van ons christelijke West-Europa. Maar écht confronterend werden diezelfde woorden toen zij die citeerde uit de Duitstalige Lutherbibel (1984):

"11. Errette, die man zum Tode schleppt, und entzieh dich nicht denen, die zur Schlachtbank wanken. 12. Sprichst du: 'Siehe, wir haben's nicht gewusst!', fürwahr, der die Herzen prüft, merkt es, und der auf deine Seele Acht hat, weiß es und vergilt dem Menschen nach seinem Tun."

Waarom, met een variatie op de vraag die Jip van Wijngaarden daaraan koppelde, staat deze tekst niet in het Duits én in het Nederlands, in steen gebeiteld op de Hollandse Schouwburg in Amsterdam of bij de ingang van Kamp Westerbork? Een tekst die je niet meer loslaat en die niet anders kan dan aanzetten tot nadenken en verootmoediging en tot vragen om vergeving aan het Joodse volk en de God van Israël. En die vergeving, gevraagd met een oprecht hart, kan dan ook geschonken worden. Dankzij het verlossingswerk van Jezus, de Joodse Messias.

Wie de hele toespraak van Jip van Wijngaarden wil beluisteren, kan dat doen via de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=M4P-YDE--m4.