Overige


Ouderlingen en diakenen

De eerste ouderlingen waren Johan van Dompselaer en de schout Dirk van Gheijn. De eerste diakenen: Gerrit Janssen en Jacob Petersen. In de pinksterweek werd met open deur in de garfkamer rekening der diaconie gedaan. De garfkamer was een kamer, waar de geërfden (grondeigenaren) hun tienden en andere kerkelijke schulden kwamen betalen. De armen ontvingen daar ook kleding en geld. In 1743 trok de kerkenraad zich het lot van de behoeftigen speciaal aan: Josef van Dijk werd aangesteld en belast met de armenpraktijk. De armen kregen in die tijd een soort uniform als kleding. Niet moeilijk te bedenken hoe die mensen zich moeten hebben gevoeld... Het heeft gelukkig niet lang geduurd, want de aanschaf kwam de diaconie te duur uit. In 1762 zijn de offerschalen ten behoeve van de armen bij de Avondmaalsviering ingevoerd.

 
Beheer

Vóór de hervorming werden de geldzaken beheerd door de pastoor en de kerkmeesters. Onder hen vinden we de Hackforts, de Dompselaers en Van Ommerens, de Bijlers en de Esvelden. Na de hervorming verantwoordde de kerkmeester zich ten overstaan van de ambtsjonkers en de schout, predikant en kerkenraad.
De kerkelijke inkomsten bestonden vanouds uit o.a. de huur van pastorielanden, opbrengst van koren, pacht van hofsteden, begrafenisrechten, opbrengst van zitplaatsen en collecten en van tienden (een soort belasting). Van deze ontvangsten moest de predikant worden betaald en pastorie en kerk worden onderhouden. Wat betreft de inkomsten ten behoeve van de kerk is veel veranderd. De kerk heeft momenteel geen bezittingen meer en moet dus geheel leven van de opbrengsten van de jaarlijkse Kerkbalans, de wekelijkse collecten en soms speciale acties zoals de kerkpleinmarkt.

Ten slotte nog iets over de kosters. Ook zij hebben de kerk vaak met liefde gediend. De kostersfunctie was vroeger meestal gecombineerd met die van voorzanger, aflezer, doodgraver en schoolmeester. Een gewichtige taak! Ook moest hij zorgen voor het luiden, het smeren van de uurwerken, het herstel van de klokken, het uitkloppen van de kussens van de ambtsjonkers, het bijhouden van de begrafenisregisters en 's winters de doopschaal met warm water vullen. Hij had zo wel zijn bezigheden. Het is aardig te lezen hoe zijn inkomen was samengesteld. Naast een vast bedrag ad
ƒ 94,- ontving hij nog bepaalde opbrengsten van boerenerven, rogge, haver en bij 71 boerenerven mocht hij brood en eieren halen. Daarbij kwamen ook nog inkomsten van luiden, aanzeggen, 'groefbidden' en begraven. Hij stelde de overlijdensakte op en las deze af. Het was deze man niet kwalijk te nemen dat hij geen onderzoek instelde naar de juiste namen van de overledene. Door deze slordigheid vonden we als overleden vermeld: Gijs de Hoezaar, oude Aalt, Kee met de voetjes, Poppen Jaan en Doove Jut...

Deelgemeente
Immanuëlkerk

De huidige 'oude' hervormde gemeente is qua ligging in te delen bij de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Rond 1950 werd gevraagd om naast de 2 bondspredikanten een 'confessionele' predikant te beroepen. Aan dit verzoek werd geen gehoor gegeven.
Als gevolg daarvan werd een evangelisatie opgericht, op 15 februari 1953 hielden enige honderden gemeenteleden de eerste dienst in het Concertgebouw en was de scheuring een feit. Inmiddels bestaat de deelgemeente dus al meer dan vijftig jaar, nu onder de naam Protestantse gemeente te Barneveld (voorheen hervormde Immanuëlkerk). Het ledental is gegroeid tot bijna drieduizend. De gemeente is niet meer uitsluitend tot de Confessionele Vereniging te rekenen, maar gevarieerder in geloofsopvatting.
Deze scheuring heeft diep ingegrepen in de gemeente en loopt vaak door families heen. Sinds 1992 is er regelmatig een ontmoeting op kerkenraadsniveau.

Kerkenfusie
Hersteld Hervormde gemeente

Per 1 mei 2004 zijn de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk verenigd tot de Protestantse Kerk in Nederland. Ook de Hervormde gemeente Barneveld heeft haar plaats ingenomen in de PKN, die wordt gezien als voortzetting van de NHK. Het belang van de historische continuïteit speelt mee, maar vooral het feit dat de gemeente als lichaam van Christus 'zorg voor de kudde' nodig heeft. Gods Woord mag verkondigd worden in de Protestantse Kerk, in verbondenheid met de gereformeerde belijdenis.

Een aantal gemeenteleden heeft zich aangesloten bij de Hersteld Hervormde Kerk, die na de vereniging is ontstaan. Samen met leden uit omliggende plaatsen wordt een gemeente gevormd. Vanaf 2011 kerkt men in de nieuwgebouwde kerk aan de Rietberglaan.